Login

Light frisdranken: in of uit de gezondheidstax?

Naar aanleiding van de invoering van de frisdranktaks, schreef Leentje een opinietekst over light frisdrank.
Deze tekst strookt met de weten-schappelijke uitgangspunten van het Reward project (de rol van belonings- en leerprocessen), maar er klinken (vooral vanuit de voedingsindustrie) ook andere geluiden. De discussie over light frisdrank als alternatief voor suiker-rijke frisdrank wijst op de nood aan onafhankelijke studies over de effecten van zulke producten op o.a. honger- en verzadigingsgevoelens, eetgedrag, gewicht en gezondheid.

 

En plots was er een gezondheidstax, een sugartax …  In de voorbije jaren voerde het beleid overleg met wetenschappelijke experten over de wenselijkheid en de mogelijke effectiviteit van een gezondheidstax op ongezonde producten. De discussie werd grondig gevoerd, en de consensus was dat, als de tax er zou komen, dit zeer goed voorbereid moest zijn. En toch was hij er plots, sneller dan verwacht, kleiner dan verwacht ook. Voorlopig geldt de taks enkel op frisdranken: een blikje frisdrank kost 1 eurocent meer, een fles frisdrank 3 eurocent. Om tot een gedragsverandering te komen, is deze taks niet ingrijpend genoeg. De voorgestelde taks is +/- 1%, terwijl wetenschappers, zoals bv. Lieven Annemans van de UGent en Tim Smits van de KULeuven, stellen dat prijzen met 10 à 20% moeten stijgen om te komen tot gedragsverandering. De effecten van prijsstijgingen op ongezonde producten zouden wel sterker zijn bij jongeren dan bij volwassenen (Ding, 2003). Van de gezondheidstaks zoals die nu voorligt zullen we met z’n allen echter niet leren om gezondere keuzes te maken.

Voorlopig geldt de taks enkel op frisdranken, alle frisdranken, ook op light, zero, suikervrij, … En dat riep heel wat verbazing en verontwaardiging op: “light producten zijn toch gezonder dan gewone producten …”. Light producten zijn inderdaad op een bepaalde manier gezonder dan gewone producten, want ze bevatten minder of zelfs geen calorieën. Maar toch … toch zijn wij het als wetenschappers niet eens met de bewering dat het gebruik van light frisdranken leidt tot gewichtsverlies en betere gezondheid. De keuze voor een light frisdrank is niet per definitie een gezonde keuze.

Verschillende correlationele studies tonen aan dat jongeren die meer light frisdranken drinken zwaarder zijn (Blum, Jacobsen, & Donnelly, 2005; Pereira, 2013; Yang, 2010). Ook bij de jongeren die deelnamen aan onze cross-sectionele Reward studie is dat zo: het BMI van jongeren die light frisdranken drinken is hoger dan dat van jongeren die geen frisdrank drinken en dat van jongeren die gewone frisdrank drinken.  Er is dus een link tussen de inname van light producten en gewicht, maar dat wil nog niet zeggen dat de inname van light producten de gewichtstoename veroorzaakt. Het kan ook dat het juist de zwaardere jongeren zijn die gaan kiezen voor de calorie-armere lightproducten in een poging om calorie-inname te beperken. Jongeren die light frisdranken drinken zijn inderdaad vaak jongeren die proberen gewicht te verliezen door hun inname te beperken (Pereira, 2013). Consistent hiermee zien we dat onze Reward jongeren die light frisdrank drinken minder snacken dan jongeren die gewone frisdrank drinken, vast ook in een poging om gewicht te controleren. Light frisdrank drinken (als alternatief voor gewone frisdranken) blijkt echter geen goede manier om gewichtsverlies te bekomen en te behouden. Enkel voor jongeren met veel overgewicht lijkt het vervangen van gewone frisdrank door light frisdrank op korte termijn een beetje te kunnen helpen bij gewichtsverlies (de Ruyter, Olthof, Seidell, & Katan, 2012; Ebbeling et al., 2012; Ebbeling et al., 2006; Swithers, 2015).

Light frisdranken hebben dan wel minder calorieën, maar ze zijn nog steeds zoet van smaak. En daar zit een groot probleem. Mensen worden geboren met een voorkeur voor zoet, en leren pas door herhaalde aanbieding van verschillende smaken een breder smaakpallet te appreciëren (Birch & Anzman-Frasca, 2011). Het is voor de andere smaken echter heel moeilijk om te concurreren met die aangeboren voorkeur voor zoet, zeker in een omgeving waar heel wat voedingsmiddelen een zoete smaak hebben. Wanneer kinderen vaak zoete dranken (al dan niet met veel calorieën) te drinken krijgen, versterkt dit hun aangeboren voorkeur voor zoet (Swithers, 2015).

Zoete dranken wekken honger en eetlust op, en dat effect blijkt sterker wanneer de zoete smaak wordt geleverd door artificiële zoetmakers (Black, Tanaka, Leiter, & Anderson, 1991; Blundell & Hill, 1986). Terwijl een aperitiefje gezoet met natuurlijke zoetmakers ertoe leidt dat volwassenen tijdens een maaltijd minder eten, blijkt uit experimenteel onderzoek dat bij dranken met artificiële zoetmakers het risico bestaat dat mensen meer gaan eten (Lavin, French, & Read, 1997). Dit verschil blijkt er nog niet te zijn bij kinderen (Anderson, Saravis, Schacher, Zlotkin, & Leiter, 1989), wat erop zou kunnen wijzen dat artificiële zoetstoffen effecten hebben die pas op lange termijn zichtbaar worden.

De leerpsychologie, en dan vooral de Pavloviaanse conditioneringstheorie, die ook een basistheorie van ons Reward project is, kan meer inzicht geven in onze bewering dat light frisdranken niet echt een gezonde keuze zijn. Wanneer iemand een bepaalde voedingsstof in de mond neemt (of zelfs  nog maar ruikt), lokt dit heel snel automatische reacties in het lichaam uit die het individu voorbereiden om de energie uit die voeding efficient en effectief te verwerken. De smaak in de mond wordt als het ware een signaal voor de maag dat er energie (bv. suiker) onderweg is die verwerkt zal moeten worden. De zoete smaak in de mond, kondigt de suiker aan. En nog voor de suiker de maag bereikt, zijn er al allerlei fysiologische processen aan de gang die die suiker als het ware opwachten om de energie te verwerken. De zoete smaak lokt de verwerkingsreactie uit. Maar in het geval van light frisdranken (wel zoet, maar zonder suiker), komt die verwachte suiker nooit tot in de maag. De zoete smaak is dus niet langer een goed signaal voor de komst van suiker, en de automatische verwerkingsreactie zal, volgens het principe van de extinctie, verzwakken en uitdoven. De fysiologische processen die moeten instaan voor de verwerking van de energie zullen als het ware afgestompt raken, en hun werk niet meer optimaal doen, zelfs niet wanneer er echt energie (suiker) volgt op een zoete smaak. Light frisdranken verstoren dus de normale conditioneringsprocessen die zo belangrijk zijn bij efficiënte energieverwerking (Swithers, 2015).

Een vergelijkbare verstoring treedt op in de beloningsgebieden van de hersenen. Centraal thema van het Reward project is dat ons eetgedrag voor een groot deel gestuurd wordt door de beloning die voedsel opwekt in de hersenen. Die beloning heeft twee kanten. Allerlei sensoriële aspecten van voeding, zoals geur en smaak, kunnen beloningsgebieden (o.a. amygdala, thalamus, orbitofrontale cortex) in de hersenen activeren nog voor het voedsel echt wordt geconsumeerd. Na de consumptie van lekkere voedsel komen er hedonische reacties en een aangenaam voldaan gevoel, gestuurd vanuit het mesolimbisch dopamine systeem. De effecten na de consumptie (de postingestie effecten) zijn echter afhankelijk van energie, en kunnen niet optreden bij energievrije producten. Light frisdranken wekken dus eigenlijk maar één kant van het beloningsproces op: ze leveren wel de sensoriële aspecten van de beloning, maar niet het voldaan gevoel. Dit zorgt ervoor dat het lichaam blijft snakken naar voldoening, en op zoek gaat naar echt belonend (dus energierijk) voedsel (Yang, 2010).

Al deze overwegingen samen, brengen ons tot de conclusie dat light frisdranken geen gezonde keuze zijn, en dat ze dus terecht deel uitmaken van een gezondheidstax.

 

(er zijn nog allerlei andere bedenkingen te maken bij de invoering van deze tax, maar daar spreken we ons hier niet over uit).

(het standpunt van de sectorvereniging Belgische water- en frisdrankindustrie (VIWF) kan u hier lezen)

 

REFERENTIES

Anderson, G. H., Saravis, S., Schacher, R., Zlotkin, S., & Leiter, L. A. (1989). ASPARTAME - EFFECT ON LUNCH-TIME FOOD-INTAKE, APPETITE AND HEDONIC RESPONSE IN CHILDREN. Appetite, 13(2), 93-103. doi:10.1016/0195-6663(89)90107-4

Birch, L. L., & Anzman-Frasca, S. (2011). Learning to Prefer the Familiar in Obesogenic Environments. In H. VanGoudoever, S. Guandalini, & R. E. Kleinman (Eds.), Early Nutrition: Impact on Short- and Long-Term Health (Vol. 68, pp. 187-199). Basel: Karger.

Black, R. M., Tanaka, P., Leiter, L. A., & Anderson, G. H. (1991). SOFT DRINKS WITH ASPARTAME - EFFECT ON SUBJECTIVE HUNGER, FOOD SELECTION, AND FOOD-INTAKE OF YOUNG-ADULT MALES. Physiology & Behavior, 49(4), 803-810. doi:10.1016/0031-9384(91)90321-e

Blum, J. W., Jacobsen, D. J., & Donnelly, J. E. (2005). Beverage consumption patterns in elementary school aged children across a two-year period. Journal of the American College of Nutrition, 24(2), 93-98.  Retrieved from <Go to ISI>://WOS:000228529000003

Blundell, J. E., & Hill, A. J. (1986). PARADOXICAL EFFECTS OF AN INTENSE SWEETENER (ASPARTAME) ON APPETITE. Lancet, 1(8489), 1092-1093.  Retrieved from <Go to ISI>://WOS:A1986C223300025

de Ruyter, J. C., Olthof, M. R., Seidell, J. C., & Katan, M. B. (2012). A Trial of Sugar-free or Sugar-Sweetened Beverages and Body Weight in Children. New England Journal of Medicine, 367(15), 1397-1406. doi:10.1056/NEJMoa1203034

Ding, A. (2003). Youth are more sensitive to price changes in cigarettes than adults. Yale Journal of Biology and Medicine, 76(1-6), 115-124.  Retrieved from <Go to ISI>://WOS:000230501200009

Ebbeling, C. B., Feldman, H. A., Chomitz, V. R., Antonelli, T. A., Gortmaker, S. L., Osganian, S. K., & Ludwig, D. S. (2012). A Randomized Trial of Sugar-Sweetened Beverages and Adolescent Body Weight. New England Journal of Medicine, 367(15), 1407-1416. doi:10.1056/NEJMoa1203388

Ebbeling, C. B., Feldman, H. A., Osganian, S. K., Chomitz, V. R., Ellenbogen, S. J., & Ludwig, D. S. (2006). Effects of decreasing sugar-sweetened beverage consumption on body weight in adolescents: A randomized, controlled pilot study. Pediatrics, 117(3), 673-680. doi:10.1542/peds.2005-0983

Lavin, J. H., French, S. J., & Read, N. W. (1997). The effect of sucrose- and aspartame-sweetened drinks on energy intake, hunger and food choice of female, moderately restrained eaters. International Journal of Obesity, 21(1), 37-42. doi:10.1038/sj.ijo.0800360

Pereira, M. A. (2013). Diet beverages and the risk of obesity, diabetes, and cardiovascular disease: a review of the evidence. Nutrition Reviews, 71(7), 433-440. doi:10.1111/nure.12038

Swithers, S. E. (2015). Artificial sweeteners are not the answer to childhood obesity. Appetite, 93, 85-90. doi:10.1016/j.appet.2015.03.027

Yang, Q. (2010). Gain weight by "going diet"? Artificial sweeteners and the neurobiology of sugar cravings. Yale Journal of Biology and Medicine, 83, 101-108.